Gluconeogenese


Het woord glyconeogenese betekent letterlijk het opnieuw vormen van glucose.
Dieren (en mensen) kunnen glucose maken uit lactaat, uit sommige aminozuren (zie aminozuurstofwisseling) en uit glycerol. Lactaat is het eindproduct van de glycolyse in de spieren bij hoge inspanning. De aminozuren komen uit het voedsel of bij vasten of langdurige inspanning uit de eiwitten van het spierweefsel. Glycerol is van vetten afkomstig (zie vetzuurstofwisseling). De gluconeogenese vindt voornamelijk in de lever plaats. De gluconeogenese is belangrijk omdat de hersenen en de rode bloedcellen sterk van glucose afhankelijk zijn. Bij langer dan één dag vasten en/of sterke inspanning moet de gluconeogenese gaan werken om glucose te produceren.
De gluconeogenese is geen omgekeerde glycolyse. De glycolyse kent 3 irreversibele stappen die in de gluconeogenese omzeild (gebypassed) worden. Alle drie de reacties worden in de glycolyse door kinases gekatalyseerd. De irreversibele stappen staan in de onderstaande gluconeogenetische route met vier rode pijlen afgebeeld.
De instappunten voor de precursors (lactaat, aminozuren en glycerol) liggen in de gluconeogenese bij dihydroxyaceton fosfaat, pyrodruivezuur en oxaloacetaat.
De hersenen en spieren kennen geen gluconeogenese, ze zijn wat de gluconeogenese betreft afhankelijk van de lever en de nieren die de gevormde glucose weer afgeven aan het bloed.



De gluconeogenetische route



Glucose                                       .
                                  .
Glucose 6-fosfaat (Glucose 6-phosphate)
                                   .
Fructose 6-fosfaat (Fructose 6-phosphate)
                                  .
 Fructose 1,6-disfosfaat (Fructose 1,6-bisphosphate)
                                        .
 Dihydroxyaceton fosfaat Glyceraldehyd-3-fosfaat                                        .
(Dihydroxyacetone phosphate)           (Glyceraldehyde 3-phosphate)                                      .
                                                                                          .
Glycerol                                         Glyceraldehyd-1,3-difosfaat           .
                                               (1,3-Bisphosphosphoglycerate)
                   
                                                      Glycerinezuur-3-fosfaat (3-Phosphoglycerate)
                   
                                                      Glycerinezuur-2-fosfaat (2-Phosphoglycerate)
                   
                                                             Enolpyrodruivezuurfosfaat (Phosphoenolpyruvate)
                   
                                                                 Oxaloacetaat Sommige aminozuren
                      
                         Lactaat Pyrodruivezuur (Pyruvaat) Sommige aminozuren


Terug naar de top van dit document



Bronnen

[1]. Stryer, Lubert;- Biochemistry - fourth edition; New York: W.H. Freeman and Company
        (2006). ISBN 0-7167-2009-4


Gesponsorde Links






Opmerkingen of suggesties?