Honger respons



Koolhydraten, vetten en eiwitten leveren energie. Na het eten van een maaltijd worden koolhydraten, vetten en eiwitten via de spijsvertering geknipt (gefragmenteerd) in glucose, vetzuren en aminozuren en daarna opgenomen in het bloed. Meer hierover is te vinden op de pagina spijsvertering / digestie.
Energie wordt door het lichaam gebruikt voor warmteproductie, spierbewegingen, weefselopbouw en onderhoud.
Om af te vallen moet ervoor gezorgd worden, dat meer energie verbruikt wordt, dan dat er wordt binnengekregen. Dit kan door het minder innemen van energie leverende stoffen (vasten, dieeten), en/of ervoor te zorgen dat het lichaam meer energie gebruikt (sporten).

Hieronder kunt u lezen wat er biochemisch met uw lichaam gebeurd na verschillende tijden vasten.



1: Na 12-14 uur vasten

Het lichaam heeft verschillende energie reserves: glycogeen, vet en eiwit. Een gemiddeld persoon van 70 kg heeft 0,2 kg glycogeen (800 Kcal), 15 kg vet (135.000 Kcal) en 6 kg eiwit (24.000 Kcal). De eerste energie reserve die het lichaam aanspreekt is glycogeen. Glycogeen ligt opgeslagen in de lever (35%) en de skeletspieren (65%). De eerste 12 tot 14 uur na een maaltijd kan het lichaam vooruit met glycogeen (na een dag vasten, bijvoorbeeld tijdens de Ramadan of een nacht slapen). Meer over het glycogeen metabolisme vindt u op de pagina over het glycogeen metabolisme.


1: Patroon van brandstof gebruik tijdens de post-absorptie periode



2: Na 1 dag vasten

Wanneer het glycogeen bijna op is begint het lichaam de vet reserves aan te spreken. Het vet wat opgeslagen ligt in het vetweefsel wordt afgebroken in glycerol en vetzuren. Meer over de vet afbraak vind u op de pagina over vetzuurstofwisseling. Dit kan worden gebruikt voor energie door de spieren, de nieren en andere organen. De hersenen (en rode bloedcellen) kunnen geen vetzuren gebruiken en blijven nog op het glycogeen uit de lever werken.


2: Patroon van brandstof gebruik tijdens vroege honger (1 dag)



3: Na 2 dagen vasten

Wanneer het glycogeen helemaal op is blijven de spieren, nieren en andere organen op vetzuren werken. De hersenen kunnen echter niet op vetzuren werken. De reden hiervoor is dat de hersenen-bloed barriѧre geen grote moleculen doorlaat zoals vetzuren (dit als extra bescherming van de hersenen tegen ziekte verwekkers zoals bacteriën).

De hersenen gebruiken zo’n 120 g glucose per dag, maar de glucose is op. Hiervoor heeft moeder natuur een oplossing gevonden. In de lever kan uit acetyl CoA keton stoffen (acetylacetaat, maar 4 koolstof atomen groot) gevormd worden. Deze worden dan in het bloed gebracht en naar de hersenen, spieren, nieren en andere organen gebracht. Hoewel de ketonstoffen de behoeft van de hersenen voor glucose sterk verminderen, blijft er nog een gebrek van zo’n 30 g glucose over voor de hersenen. Meer over de ketonstoffen staat ook op de pagina over het vetzuurstofwisseling.

Tijdens de vetafbraak komt ook glycerol vrij. Dit kan via de gluconeogenese in de lever worden omgezet in glucose en in het bloed worden gebracht. Dit levert zo’n 20 gram glucose per dag op. Er blijft een gebrek van 10 g glucose per dag over. Deze laatste 10 g wordt geleverd door eiwitten (uit bijvoorbeeld spierweefsel) af te breken tot aminozuren. Deze aminozuren kunnen via de gluconeogenese worden omgezet in glucose. De nieren en de lever hebben hierin een belangrijke rol. Meer over de bestemming van de verschillende aminozuren vind u op de pagina aminozuurstofwisseling.

Mensen die een caloriearm dieet volgen en de afbraak van eiwitten en spieren zo veel mogelijk willen beperken kunnen extra lichamelijke oefeningen doen (zoal gewichtheffen en fitness) en voldoende eiwitten blijven eten (0.8 gram per kilogram lichaamsgewicht voor volwassenen).


3: Patroon van brandstof gebruik tijdens midden honger (2 a 3 dagen)



4: Na 3 a 4 dagen vasten

Na 3 a 4 dagen gebruiken ook de spieren geen ketonstoffen meer en werken ze alleen nog op vetzuren.
Bij langdurig vasten wordt naast het opgeslagen vet ook eiwit afgebroken. Hoewel een grote hoeveelheid eiwit in de spieren aanwezig worden niet alleen spieren afgesproken. De eiwit afbraak is aspecifiek en daardoor worden dus ook hart en long cellen afgebroken. Voor de dagelijkse 10 gram glucose die nodig is om de hersenen in leven te houden is 3 keer meer eiwit nodig (30 gram per dag). Na ongeveer 40 dagen vasten is er zoveel eiwit afgebroken dat de organen onherroepelijk beschadigd en zal tot de dood leiden, onafhankelijk van de hoeveelheid vet dat nog opgeslagen is. Wanneer de vetreserves eerder op zijn schakelt het lichaam van vetafbraak over op volledige eiwit afbraak en zal de dood eerder intreden omdat de organen het dan eerder begeven. Een gemiddeld persoon in de Westerse landen heeft vetreserves tot wel 2 maanden en zal voor hen niet de beperkende factor zijn (in tegenstelling tot veel mensen in ontwikkelingslanden waar een paar gram extra vet wel degelijk de overlevingskans vergroot bij een hongersnood). Elektrolyt (mineralen) tekorten kunnen ook al eerder dodelijke effecten hebben.


4: Patroon van brandstof gebruik tijdens langdurige honger (tot 6 weken)



Bronnen

[1]. Stryer, Lubert;- Biochemistry - fourth edition; New York: W.H. Freeman and Company
       (2006). ISBN 0-7167-2009-4




Gesponsorde Links






Opmerkingen of suggesties?