Vetten


Vetten, zoals triglyceriden, zijn energierijke stoffen bestaande uit glycerol en drie vetzuurmoleculen. Vetten fungeren als energiemoleculen, als bouwstenen (in celmembranen), als doelzoekende moleculen (vetzuren kunnen zich hechten aan eiwitten en ze zo naar de voor hun bestemde plaatsen in membranen gedirigeerd) en als boodschappermoleculen (omzettingsproducten van vetzuren fungeren als hormonen en als intracellulaire boodschappermoleculen). Vetten worden vaak ingedeeld in verzadigde vetten en onverzadigde vetten. Dierlijke vetten zijn vaak verzadigd en zijn bij kamertemperatuur meestal in vaste vorm (bijvoorbeeld roomboter). Onverzadigde vetten zijn meestal van plantaardige oorsprong en vaak vloeibaar bij kamertemperatuur. Bepaalde omega-3 en omega-6 onverzadigde vetzuren zijn essentiŽle vetten, wat betekend dat we deze vetten dagelijks in ons dieet nodig hebben omdat we ze niet zelf kunnen maken (net zoals de vitamines, mineralen en essentiŽle aminozuren). Verzadigde vetten kunnen wel door de mens gemaakt worden, zie hiervoor de vetzuurstofwisseling. Lees meer over de naamgeving van vetzuren.

Vetten en het cholesterol gehalte
Een claim die vaak wordt herhaald is dat onverzadigde vetten een cholesterol verlagend effect hebben en verzadigde vetten een cholesterol verhogend effect. Het is echter niet zo simpel en kort door de bocht als dit klinkt. Er zijn vele verschillende verzadigde vetten en vele verschillende soorten onverzadigde vetten. Al deze verschillende vetten hebben elk een individueel verschillend effect op het cholesterol niveau. Daarnaast is het ook belangrijk wat het effect is op HDL/LDL (goede/slechte) cholesterol en niet alleen op het totale cholesterol gehalte. In de verzadigd/onverzadigd vet discussie ten opzichte van het effect op het cholesterol gehalte in het bloed is een derde nog veel belangrijke factor van belang en dat is het alom bewezen slechte transvet. Transvet laat naast nog andere negatieve effecten, het HDL (goede) cholesterol dalen en het LDL (slechte) cholesterol stijgen.
Lees hier meer over de cholesterol stofwisseling.
Voor het verbeteren van de gezondheid is het voor iedereen belangrijk geen transvet te eten en voor bijna iedereen belangrijk meer omega-3 vetzuren te consumeren.


Transvet: De grote boosdoener
Verzadigde vetten
Onverzadigde vetten
EssentiŽle vetten
Vetzuursamenstelling van vetten en oliŽn



Transvet: De grote boosdoener



Natuurlijke meervoudige onverzadigde vetten zoals het essentiŽle alfa-linoleenzuur hebben de ďcisĒ structuur. In de voedingsmiddelen industrie worden de onverzadigde vetten van plantaardige afkomst vaak omgezet via hydrogenatie naar meer verzadigde vetten. Dit gebeurd onder ander bij de productie van margarine. Margarine is een goed voorbeeld van hoe vloeibare plantenoliŽn kunnen worden omgezet naar vast vet. Echter tijdens deze chemische bewerking ontstaan altijd transvetten door onvolledige hydrogenatie. Deze transvetten zijn zeer slecht voor de gezondheid. Het lijkt of margarine gezond is omdat het van plantenvetten en onverzadigde vetten is gemaakt, echter geld dit niet voor margarine omdat het veel trans-onverzadigde vetten. De rede waarom gehydrogeneerde planten vetten worden gebruikt in plaats van dierlijk vetten (zoals roomboter) is het prijsverschil. Planten oliŽn (meest gebruikt is soja olie) is vele malen goedkoper dan dierlijk vet en word daarom veelvuldig gebruikt. Dit en de goede productie eigenschappen zoals verbeterde stabiliteit, was ook de rede dat dit productieproces is ontwikkeld begin 1871. De eerste margarine fabriek werd in Oss door de Nederlander Anton Jurgens opgezet en zijn fabriek is een voorloper van het huidige Unilever. Lange tijd is margarine aangeprezen voor een goede gezondheid vanwege de onverzadigde vetten, hoewel dit in de praktijk nooit wetenschappelijk bevestigd is.

        
Cis (Oliezuur / Oleic acid)                Trans (ElaÔdinezuur / Elaidic acid)

In de bovenstaande afbeelding is een voorbeeld van een transvet te zien wat wordt gevormd bij het harden van plantaardige olie. Het natuurlijke oliezuur is te zien in de cis vorm en elaÔdinezuur in de trans vorm. Het enige verschil tussen deze twee vetzuren is de conformatie van de dubbele binding. Het trans vetzuur elaÔdinezuur heeft andere chemische en fysische eigenschappen, door de andere conformatie van de dubbele binding. ElaÔdinezuur wordt vloeibaar bij 45 įC, en oliezuur bij 13.4 įC. Dit betekent dat elaÔdinezuur bij lichaamstemperatuur (37 įC) vast is. Je kunt je daarbij ook voorstellen dat het andere eigenschappen heeft wanneer het in de celmembraan is opgenomen. ElaÔdinezuur verhoogd VLDL deeltjes en verlaagd de HDL deeltjes.
Tegenwoordig is het alom bewezen dat transvetten zeer slecht zijn voor de gezondheid. Transvetten verhogen het cholesterol gehalte door het LDL (slecht cholesterol) gehalte te verhogen en het HDL (goede cholesterol) gehalte te verlagen en daarmee slechter dan welk verzadigd vet dan ook. Daarnaast is transvet verdacht in het veroorzaken van de ziekte van Alzheimer, kanker, diabetes, obesitas, lever falen, onvruchtbaarheid bij vrouwen en depressie.
Door deze negatieve eigenschappen van transvet en de afwezigheid van enige positieve eigenschappen is het tegenwoordig verplicht om op pakjes margarine te vermelden hoeveel transvet het bevat. Goedkope margarines kunnen tot 2 % transvet bevatten. Transvet komt ook veel voor in industrieel bewerkte voeding zoals gefrituurde snacks, bakkerijproducten, koek en sommige toetjes omdat bij de productie vaak gehydrogeneerde planten olie wordt gebruikt. Transvetten moeten zoveel mogelijk vermeden worden.
Om de geclaimde gezondheidsbevorderende eigenschappen van de margarine te verhogen hebben producenten toevoegingen gedaan in de vorm van plantensterolen die het cholesterolgehalte verlagen door de opname vanuit de darm te verlagen (zoals Becel pro-actief van Unilever en Benecol) . Ook bevat margarine belangrijke toegevoegde vitaminen zoals vitamine A (800 Ķg/100g), vitamine D (7,5 Ķg/100g) en vitamine E (8 mg/100g). Vooral extra vitamine D is erg belangrijk voor de Nederlandse bevolking. In plaats van margarine kunt u ook voedingssupplementen nemen met vitamine D. Ook roomboter bevat vitamine A (685 Ķg/100g), D (1,5 Ķg/100g) en E (2.3 mg/100g). Of de extra toevoegingen zoals de plantensterolen opwegen tegen de negatieve invloeden van de transvetten is de vraag. Voor de verlaging van het cholesterolgehalte werken de plantensterolen wel, maar voor de overige negatieve effecten van transvet waarschijnlijk niet. Volgens fabrikanten wordt gewerkt aan de verlaging van transvet door verbeterde productieprocessen. Op de verpakking van de meeste margarines staat een gehalte van minder dan 1 gram per 100 gram, maar hoeveel dat precies is, is onbekend. Wel staat op sommige margarines 0,75 gram per 100 g. Een inname van 1,5 gram transvet per dag geeft al een verhoogde kans op depressies [SŠnchez-Villegaset al., 2011]. Wilt u plantensterolen gebruiken van Becel pro-actief neem dan liever de melk of yoghurt versie in plaats van het margarine product. Let er bij koekjes op dat er geen "gedeeltelijk gehardĒ of ďgehydrogeneerd vet" vermeld staat op de ingrediŽntenlijst, en vraag bij de snackbar in wat voor vet er wordt gebakken.

Terug naar de top van dit vetten document


Verzadigde vetten


Verzadigde vetzuren hebben gťťn enkele dubbele binding. Ze verschillen in ketenlengte en worden op basis van lengte ingedeeld in ďkorte keten vetzurenď (SCFAs), ďmedium keten vetzurenĒ (MCFAs) enĒ lange keten vetzurenĒ (LCFAs). Vaak wordt beweerd dat verzadigde vetten slecht zijn voor het cholesterol. Hierbij moet worden opgemerkt dat de verschillende verzadigde vetten verschillende eigenschappen hebben. De verschillende verzadigde vetten worden hieronder individueel besproken. Lees meer over de naamgeving van vetzuren.

SCFAs
Boterzuur (n- Butaanzuur) C4:0

MCFAs
Capronzuur (n-Hexaanaat) C6:0
Caprylzuur (n-Octaanaat) C8:0
Caprinezuur (n-Decaanaat) C10:0
Laurinezuur (n-Dodecaanaat) C12:0

LCFAs
Myristinezuur (n-Tetradecaanaat) C14:0
Palmitinezuur (n-Hexadecaanaat) C16:0
Stearinezuur (n-Octadecaanaat) C18:0
Arachinezuur (n-Eicosanoaat) C20:0
Beheenzuur (n-Docosanoaat) C22:0




Boterzuur (C4:0)



Boterzuur is een kort keten vetzuur (engels: Short-chain fatty acids, SCFA) met een zeer onaangename geur. Het komt voor in ranzig geworden boter. Het komt ook voor in sterk ruikende kaassoorten en in zweet. Het wordt ook in de dikkedarm geproduceerd met anaerobe fermentatie van voedingsvezels door de darmbacterieen.
Boterzuur heeft een beschermend effect op dikkedarmkanker. Het remt en doodt dikke darmkakercellen en stimmuleerd de groei van gezonde darmcellen [Vanhoutvin et al., 2009].

Overzicht van de verschillende soorten verzadigde vetten



MCFAs



Medium-keten vetzuren (Medium-chain fatty acids, MCFAs) zijn vetzuren met 6 tot 12 koolstofatomen. Deze vetzuren hebben geen gal nodig voor de vertering en kunnen direct opgenomen worden vanuit de darmen via de poortader in het bloed. Enkele studies hebben aangetoond dat medium-keten vetzuren kunnen helpen bij het verbranden van extra calorie en daarbij gewicht verlies. Deze vetzuren hebben ook een relatie met vetverbranding en verminderde voedsel inname. Er is ook interesse medium-keten vetzuren vanuit de duursport en bodybuilding gemeenschap. Hoewel er gezondheid bevorderende eigenschappen voor medium-keten vetzuren zijn, is een relatie naar verbeterde lichamelijke prestatie zwak.
Medium-keten vetzuren zijn over het algemeen goede bron van energie dat gemakkelijk door het menselijk lichaam kan worden verwerkt. Het gebruik van medium keten vetzuren wordt niet aangeraden aan mensen met diabetes, tenzij onder medisch toezicht, en mensen met lever problemen.
Omdat medium keten vetzuren goed geabsorbeerd worden door het lichaam, worden deze vetzuren gebruikt in de behandeling van verschillende malabsorptie ziekten.

Overzicht van de verschillende soorten verzadigde vetten



Capronzuur (C6:0)



Capronzuur wordt net als caprylzuur en caprinezuur vernoemd naar de geit (Capra). Capronzuur ruikt sterk naar geiten. Het heeft antimicrobiele eigenschappen waaronder antischimmel eigenschappen [Lavermicocca et al., 2000]. Het komt voor in verschillende dierlijke vetten waaronder geitenmelk (1,5 tot 3 % in geitenmelk) en in kokosolie (0,5%).

Overzicht van de verschillende soorten verzadigde vetten



Caprylzuur (C8:0)



Caprylzuur wordt bij sommige bacteriŽle infecties gebruikt. De korte vetzuurketens kunnen de celwand van bacteriŽn instabiel maken. Daarnaast heeft caprylzuur anti schimmel eigenschappen. Er zijn ook verschillende supplementen met caprylzuur beschikbaar die onder andere worden gebruikt bij candida infecties. Het komt voor in verschillende melkproducten (1,5 tot 3 % in geitenmelk), in kokosolie (7,8%) en palmpitolie (3.3%).

Overzicht van de verschillende soorten verzadigde vetten



Caprinezuur (C10:0)



Het komt voor in verschillende melkproducten (4 tot 7,5 % in geitenmelk), in kokosolie (6,7%) en palmpitolie (3,4%). Caprinezuur heeft ook antischimmel eigenschappen en is effectief tegen candida infecties [Bergsson et al., 2001].

Overzicht van de verschillende soorten verzadigde vetten



Laurinezuur (C12:0)



Laurinezuur komt voor in palmpitolie (48%), kokosolie (48%), en verschillende melkproducten (moedermelk 6.2%, koemelk 2.9% en geitenmelk 3.1%). Laurinezuur heeft antimicrobiŽle eigenschappen. Er zijn aanwijzingen dat het gebruikt kan worden bij acne [Nakatsuji et al., 2009].
Laurinezuur heeft het hoogste cholesterol verhogend effect van alle verzadigde vetzuren, maar laat hierbij vooral het ďgoedeĒ HDL cholesterol stijgen. Hierdoor heeft laurinezuur een positief effect op de verhouding totaal cholesterol:HDL cholesterol. Laurinezuur heeft het meest positieve effect op de verhouding totaal cholesterol:HDL cholesterol van de verzadigde en (meervoudig) onverzadigde vetzuren [Mensink et al., 2003]. Een verhoogd LDL-cholesterol en verlaagd HDL cholesterol gehalte (hypercholesterolemie) geven een verhoogde kans op hart en vaat ziekten. De verhouding is belangrijker dan het totaal gehalte. Hoewel laurinezuur wel het cholesterol gehalte doet stijgen, heeft het een positief effect op de verhouding totaal cholesterol:HDL cholesterol. Daardoor is er veel discussie of laurinezuur een verlagend of verhogend effect heeft op hart en vaatziekten.
Laurinezuur was in dierproeven bij ratten effectief bij de behandeling van een vergrote prostaat [Veeresh Babu et al., 2010].

Overzicht van de verschillende soorten verzadigde vetten



LCFAs



Lange keten vetzuren (engels: Long-chain fatty acids, LCFA) zijn vetzuren met een ketenlengte van meer dan12 koolstofatomen. De langeketen vetzuren worden geabsorbeerd via lymfatische system en hebben gal nodig voor de vertering.

Overzicht van de verschillende soorten verzadigde vetten



Myristinezuur (C14:0)



Myristinezuur komt veel voor in Nootmuskaat olie (75%) en is ook vernoemd naar muskaatboom (Myristica fragrans). Myristinezuur was in dierproeven bij ratten effectief bij de behandeling van een vergrote prostaat [Veeresh Babu et al., 2010]

Overzicht van de verschillende soorten verzadigde vetten



Palmitinezuur (C16:0)



Palmitinezuur is het eerste vetzuur dat wordt geproduceerd tijden de vetzuur synthese en van welk langere vetzuren worden geproduceerd.
De wereld gezondheidsorganisatie (WHO) claimt dat palmitinezuur het risico op het ontwikkelen van hart en vaatziekten verhoogd. Dit komt door het cholesterol verhogend effect van palmitinezuur. Een studie heeft aangetoond dat wanneer palmitinezuur wordt geconsumeerd samen met minimaal 4.5% van de totale energie aan linolzuur het cholesterol verhogend effect weer verdwijnt. Bevat de voeding echter transvet samen met palmitinezuur dan stijgt het slechte (LDL) cholesterol en daalt het goede (HDL) cholesterol.

Overzicht van de verschillende soorten verzadigde vetten



Stearinezuur (C18:0)



In epidemiologisch en klinische studies blijkt stearinezuur een verlaging van het LDL cholesterol te geven vergeleken met andere verzadigde vetzuren. Dit wijst erna dat stearinezuur gezonder is dan andere verzadigde vetzuren.

Overzicht van de verschillende soorten verzadigde vetten



Arachinezuur (C20:0)



Arachinezuur, ook wel eicosanoic acid genoemd, komt voor in pinda olie (1.1%Ė1.7%) en maÔs olie (3%). De naam komt van het Latijnse Arachis (pinda).

Overzicht van de verschillende soorten verzadigde vetten



Beheenzuur (C22:0)

Beheenzuur wordt slecht opgenomen door het lichaam. Beheenzuur heeft een cholesterolverhogend effect.

Terug naar de top van dit vetten document


Onverzadigde vetten



Onverzadigde vetzuren worden ingedeeld in enkelvoudige en meervoudige onverzadigde vetzuren. Enkelvoudig onverzadigde vetzuren hebben ťťn enkele dubbele binding en meervoudig onverzadigde vetzuren hebben meer dan ťťn dubbele binding.

Enkelvoudig onverzadigde vetzuren
Meervoudig onverzadigde vetzuren




Enkelvoudig onverzadigde vetzuren


Enkelvoudig onverzadigde vetzuren (eng: MUFA, MonoUnsaturated Fatty Acid) hebben ťťn enkele dubbele binding.
Twee voorbeelden van enkelvoudig onverzadigde vetzuren worden hieronder beschreven.

PalmitoleÔnezuur, C16:1
Oliezuur (omega-9), C18:1




PalmitoleÔnezuur (16:1 n-7)



PalmitoleÔnezuur is een enkelvoudig onverzadigd vetzuur met zestien koolstofatomen in een onvertakte keten en is een veel voorkomend onderdeel van de vetten in menselijk en dierlijk vetweefsel. Het komt voor in alle weefsels maar komt voor in hogere concentraties in de lever. Het wordt gesynthetiseerd uit palmzuur door het enzym delta-9 desaturase.
In een studie waar de effecten van diŽten met een hoog gehalte aan drie verschillende soorten vetzuren werden vergeleken, waren de concentraties totaal cholesterol en LDL cholesterol (het slechte cholesterol) vergelijkbaar tussen palmitoleÔnezuur (16:1), oliezuur (18:1) en palmitinezuur (16:0). De concentraties totaal cholesterol en LDL cholesterol waren significant hoger vergeleken met een dieet met veel oliezuur [Nestel et al., 1994]. Het HDL cholesterol (goed cholesterol) was significant lager bij het dieet hoog in palmitoleÔnezuur (16:1) dan bij een dieet hoog in palmitinezuur (16:0). Deze studie laat zien dat het enkelvoudig onverzadigde vetzuur palmitoleÔnezuur een negatiever effect op het cholesterol gehalte heeft dan de meeste verzadigde vetten.

Overzicht van de verschillende soorten enkelvoudig onverzadigde vetzuren



Oliezuur (oleic acid 18:1 omega-9)



Oliezuur komt voor in veel dierlijke en plantaardige vetten. Oliezuur is het meest vertegenwoordigde vetzuur in menselijk vetweefsel. Oliezuur heeft een totaal cholesterol en LDL (slecht) cholesterol verlagend effect vergeleken met verzadigde vetzuren zoals palmitinezuur. Vetten met een hoog gehalte aan oliezuur zoals olijfolie worden daarom aanbevolen in een dieet ter verlaging van het risico op hart en vaatziekten.

Overzicht van de verschillende soorten enkelvoudig onverzadigde vetzuren



Meervoudig onverzadigde vetten



Meervoudig onverzadigde vetten (eng: PUFA, polyunsaturated fatty acid) zijn vetzuren die meer dan ťťn dubbele binding in hun koolstof keten hebben. Deze klasse bevat onder andere belangrijke verbindingen zoals de essentiŽle vetzuren en de vetzuren die oliŽn hun karakteristieke eigenschappen geeft.

EssentiŽle vetten

Terug naar de top van dit vetten document


EssentiŽle vetten



Er zijn twee vetzuren essentieel in onze voeding. Dit betekend dat deze vetzuren nodig zijn voor het functioneren van de mens en dat deze vetzuren niet door het lichaam zelf gemaakt kunnen worden. Deze twee vetten zijn alfa-linoleenzuur en linolzuur, ook wel omega-3 en omega-6 vetzuren genoemd. Deze vetzuren zijn elk afzonderlijk essentieel. Voor een goede gezondheid is ook de ratio tussen de twee essentiŽle vetzuren belangrijk. Deze ratio omega-6/omega-3 is ideaal tussen 1/1 en 4/1. In het Westerse dieet is de hoeveelheid omega-6 vetzuur (linolzuur) vaak te hoog ten opzichte van omega-3 en is de ratio tussen 10/1 en 30/1. Deze verhouding heeft effecten op ontstekingsreacties en processen in de hersenen. Dit is een van de oorzaken van veel zogenaamde welvaartsziekten en een rede waarom visolie supplementen populair zijn.

Alfa-linoleenzuur
Linolzuur
Wisselwerking tussen alfa-linoleenzuur (omega 3) / linolzuur (omega 6)




Alfa-linoleenzuur (andere namen: omega-3, ALA, 18:3)



Alfa-linoleenzuur is een omega-3-vetzuur. Alfa-linoleenzuur heeft drie onverzadigde bindingen tussen de koolstofatomen 3-4, 6-7 en 9-10, geteld vanaf het koolstofatoom op het einde (CH3-). Omdat de eerste dubbele binding geteld vanaf het einde tussen 3-4 bevind is Alfa-linoleenzuur een omega-3-vetzuur. Voor een optimale groei en conditie is 0,5 procent van de energie-inname per dag nodig, wat voor een volwassene neerkomt op ongeveer 2 tot 3 gram per dag.
Eicosapantaeenzuur (EPA; 20:5, n-3) en docosahexaeenzuur (DHA; 22:6, n-3) zijn aanwezig in de vetten uit vissen (visolie) en spelen een belangrijke rol in vele metabolische processen. Deze vetzuren kunnen ook door mensen worden gesynthetiseerd uit het essentiŽle vetzuur alfa-linoleenzuur, maar met een efficiŽntie van enkele procenten. Omdat de synthese van DHA verder in de route ligt na EPA is de synthese van DHA minder dan die van EPA.
Studies hebben bewijs gevonden dat de inname van alfa-linoleenzuur een de kans op hart en vaatziekten verlaagd. Er is ook een verband gevonden tussen een kleine verhoogde kans op prostaatkanker en een verhoogde inname van alfa-linoleenzuur.
Alfa-linoleenzuur komt veel voor in plantaardige oliŽn zoals hennepzaadolie (20%) en sojaolie (8%).



Linolzuur (andere namen: omega-6, LA, 18:2)



Linolzuur is een tweevoudig onverzadigd omega-6-vetzuur. Dit essentieel vetzuur wordt gebruikt in de biosynthese van arachidonzuur (arachidonic acid, AA). Arachidonzuur wordt weer gebruikt voor de productie van sommige stoffen welke vooral betrokken zijn bij ontstekingsreacties. Linolzuur wordt gevonden in de celmembranen van cellen. Een tekort aan linolzuur en andere omega-6 vetzuren in het dieet zorgt voor droog haar, haaruitval en slechte wond heling.
De eerste stap in het metabolisme van linolzuur wordt door het enzym 6-desaturase uitgevoerd welke linolzuur omzet in gamma-linoleenzuur (gamma- linolenic acid, GLA).
Er zijn aanwijzingen dat babyís het enzym 6-desaturase niet genoeg hebben, en GLA binnen moeten krijgen via de borstvoeding. Studies hebben aangetoond dat babyís die borstvoeding hebben gekregen hogere concentraties GLA hebben dan babyís die flessen voeding hebben gehad, terwijl babyís die flessen voeding hebben gehad hogere concentraties linolzuur hebben. Lees meer over GLA.
GLA wordt omgezet in dihomo-gammalinoleenzuur (DGLA), welke weer wordt omgezet in arachidonzuur (arachidonic acid, AA). Een van de mogelijke bestemmingen van AA is dat het wordt omgezet in een groep metabolieten die eicosanoiden worden genoemd, dit is een klasse lokaal werkende (paracrine) hormonen. De drie type eicosanoiden zijn prostaglandinen, thromboxanen, en leukotrienen. Eicosanoiden geproduceerd uit AA veroorzaken veelal ontstekingsreacties. Ook is gevonden dat enkele van deze stoffen geproduceerd uit AA, de capsaÔcine receptor (TRPV1) kunnen activeren, en hierdoor een rol kunnen spelen bij overgevoeligheid voor pijn.
Linolzuur komt veel voor in plantaardige oliŽn en dierlijke vetten zoals standaard zonnebloemolie (65%), hennepzaadolie (55%), sojaolie (55%), maÔsolie (59%), kippenvet (18-23%), olijfolie (10%), boter (0,2%) en kokosolie (2%).

Cystische fibrosis

Kinderen met taaislijmziekte (cystische fibrose) hebben tekorten aan essentiŽle vetzuren door malabsorptie. Extra LA heeft positieve effecten op de groei van babyís met taaislijmziekte vooral tussen de 6 en 9 maanden.



Wisselwerking alfa-linoleenzuur (omega 3) / linolzuur (omega 6)


Linolzuur en de andere omega-6 vetzuren, en de omega-3 vetzuren zijn onderdeel van de cel membranen en kunnen deze plekken van elkaar overnemen. Bij een tekort aan omega-3 vetzuren kunnen de omega-6 vetzuren deze plekken innemen. Omega-6 en omega-3 vetzuren hebben hele verschillende effecten op de gezondheid.
In de arachidonzuur route, wordt het essentiŽle vetzuur linolzuur (18:2 -6) verlengt en verder onverzadigd om arachidonzuur te vormen. Dit arachdonzuur kan via een ester binding worden gekoppeld om een fosfolipiden te vormen als onderdeel van het celmembraan. Vervolgens, na ontstekingsstimuli, wordt er fosfolipase gevormd die dit vet vrijmaakt en AA als een vrij vetzuur. AA dan worden geoxygeneerd en dan verder worden gemodificeerd om eicosanoiden te vormen. Eicosanoiden zijn autocrine en paracrine verbindingen die aan receptoren binden op de cel of op die van buurcellen. Ook kan AA naar de celkern diffunderen en daar een interactie aan te gaan met transcriptie factoren om DNA transcriptie te controleren van cytokinen of andere hormonen.
Omega-3 in het dieet verminderd de concentraties AA in weefsel. Dierproeven hebben laten zien dat verhoogde inname van omega-3 vetzuren een verlaging van AA in de hersenen en ander weefsel tot gevolg heeft. Linoleenzuur (18:3 -3) draagt hier aan bij door linolzuur (18:2 -6) weg te sturen van de enzymen elongase en desaturase die AA produceren.
Een enzym genaamd COX zet arachidonzuur om in prostaglandin H2 (PGH2), het voorproduct van de series-2 prostanoiden. Pijnstillers, zoals aspirine en ibuprofen (NSAIDs), zijn effectief omdat ze het enzym COX remmen. COX-1 wordt beschouwd als een constitatief enzym, die in de meeste zoogdier cellen wordt gevonden. COX-2, daar in tegen, is niet te vinden in de meeste normale cellen. Het is een induceerbaar enzym, die overvloedig aanwezig is in geactiveerde macrophagen en andere cellen op plekken van ontstekingen. Het is ook aangetoond dat het verhoogd is in verschillende kankers en dat het een centrale rol heeft in de ontwikkeling in kanker (tumorigenesis). COX-1 en -2 (ook bekend als PGHS-1 en -2) oxigeneren naast arachidonzuur ook de twee andere essentiŽle vetzuren, DGLA (-6) en EPA (-3), waardoor de serie-1 and serie-3 prostanoiden worden gevormd, welke ontstekingsremmend zijn vergeleken met die van de serie-2. DGLA en EPA zijn competitieve remmers met AA voor de COX routen. Deze remming is het belangrijkste werkingsmechanisme waardoor (D)GLA and EPA in het dieet (bijv. teunisbloemolie, visolie) ontstekingsremmend zijn. Lees meer over EPA en DHA. Selectieve remming van COX-2 (en niet COX-1) is de belangrijkste eigenschap van celecoxib, rofecoxib, en andere leden van deze medicijn klasse.



Linolzuur (LA, 18:2 -6) in het dieet zou ontstekingsbevorderend kunnen zijn. In het lichaam wordt LA verder onverzadigd om GLA (18:3 -6) te vormen, hoewel GLA in het dieet juist ontstekingsremmend is. Enkele waarnemingen leggen deze paradox gedeeltelijk: LA competeert met a-linoleenzuur, (18:3 -3) voor het enzym 6-desaturase, en daarmee uiteindelijk de vorming van het ontstekingsremmende EPA (20:5 -3) remt. Daar in tegen, GLA competeert niet voor 6-desaturase. Het verlengingsproduct van GLA is DGLA (20:3 -6) en competeert met 20:4 -3 voor het 5-desaturase, en daardoor zou het te verwachten zijn dat GLA ontstekingsbevorderend is, maar dat is niet zo, waarschijnlijk omdat deze stap niet beperkend is. 6-desaturase blijkt wel de beperkende stap; 20:4 -3 stapelt zich niet significant op in lichaamsvet. Het 6-desaturase gen (FADS2) ligt op chromosoom 11 en komt in bijna alle menselijke weefsels tot expressie, met de hoogste expressie in de lever, hart en hersenen.

Arachidonzuur route

In ontstekingsreacties

In de hersenen

Belangrijkste effect op

Ontstekingsreacties in weefsel

Neuronale prikkelbaarheid

AA vrijgekomen uit

Witte bloed cellen

Neuronen

Triggers voor het vrijkomen van AA

Ontsteking stimuli

Neurotransmitters, neurohormonen en neuromodulatoren

Intracelluliare effecten op

DNA transcriptie van cytokinen en andere mediators van ontstekingsreacties

Activiteit van ion kanalen en eiwit kinasen

Gemetaboliseert tot

Eicosanoiden, resolvinen, isofuranen, isoprostanen, lipoxinen, epoxyeicosatrienoide zuren (EETs)

Eicosanoiden, neuroprotectin D, EETs, en sommige endocannabinoiden



Tegenwoordig, bevat het gemiddelde dieet in geÔndustrialiseerde landen veel minder -3 vetzuren dan eeuwen geleden en zelfs nog minder -3 dan het dieet van vroege jagers en verzamelaars. Sommige onderzoekers kijken ook naar de ratio -3 : -6 wanneer ze de diŽten vergelijken. Deze veranderingen in het dieet gaan samen met een toegenomen voorkomen van vele ziekten Ė de welvaartsziekten Ė waarbij ontstekingsprocessen een rol spelen. Er is nu sterk bewijs dat bij vele van deze ziekten de klachten worden verminderd door het verhogen van -3 consumptie. Er zijn ook aanwijzingen dat verhoging van -3 consumptie de symptomen van enkele psychiatrische ziekten kan verminderen.

Terug naar de top van dit vetten document



Vetzuursamenstelling van vetten en oliŽn


In de onderstaande tabel staat de gemiddelde vetzuursamenstelling van verschillende vetten en oliŽn. Het zijn allemaal natuurproducten en dat betekend dat de samenstelling variabel is. De samenstelling is vooral afhankelijk van de variŽteit van de plant, het productieproces van de olie, seizoensverschillen, klimaat en cultivatie verschillen.
Voor gezondheidseffecten zijn echter ook ander inhoudsstoffen van belang naast de vetzuursamenstelling, maar dit wordt hier niet verder besproken.

Roomboter Kokosolie Olijfolie Zonnebloemolie (standaard) Zonnebloemolie (hoog oliezuur) Sojaolie Rijstolie Hennepzaadolie
SCFAs
Boterzuur,C4:0 3
MCFAs
Capronzuur,C6:0 2 0,5
Caprylzuur,C8:0 1 8
Caprinezuur,C10:0 2 7
Laurinezuur,C12:0 6 48
LCFAs
Myristinezuur,C14:0 20 18
Palmitinezuur,C16:0 15 9 14 7 7 13 15 6
Stearinezuur,C18:0 15 3 3 5 5 4 2 2
Arachinezuur,C20:0 0,5 1
Beheenzuur,C22:0 0,2 1
Enkelvoudig onverzadigde vetzuren
PalmitoleÔnezuur,C16:1 1
Oliezuur,C18:1 32 6 69 21 84 20 43 11
Meervoudig onverzadigde vetten
Alfalinoleenzuur,C18:3 0,1 8 1 20
Linolzuur,C18:2 0,2 2 12 65 4 55 39 55
Gammalinolzuur,GLA 4
Fysische eigenschappen
Rookpunt įC 177 232 242 232 232 232 255 165



Stabiliteit


De stabiliteit van een olie of vet is ook van belang bij het gebruik. OliŽn en vetten kunnen afbreken ten gevolge van hydrolyse en oxidatie. Bij hydrolyse breken de triglyceriden af waarbij vetzuren losbreken van het glycerol molecuul door de toevoeging van een watermolecuul. Een voorbeeld hiervan is het ranzig worden van boter waarbij de boterzuur moleculen vrij komen uit het triglyceriden wat de onaangename geur veroorzaakt.
Daarna kunnen de losse vetzuren oxideren. De meervoudige vetzuren (linolzuur en alfa-linoleenzuur) zijn hiervoor vatbaar. Door oxidatie van linolzuur ontstaat onder andere 2-pentyl furan en door oxidatie van alfa-linoleenzuur ontstaat hexanal. Deze stoffen geven de olie dan een onaangename geur en smaak en de oxidatie verminderen de voedingswaarde. Het bewaren van olie op een koele en donkere plaats zorgt ervoor dat er minder oxidatie optreed.

Een andere eigenschap van oliŽn en vetten is het rookpunt. Bij deze temperatuur vallen de triglyceriden ook uiteen in glycerol en losse vetzuren. Maar bij het rookpunt breekt ook het glycerol af en ontstaat er onder andere acroleÔne wat giftige eigenschappen heeft. Daarom is het belangrijk olie niet te vaak (maximaal twee keer) te gebruiken bij het frituren.

Terug naar de top van dit vetten document



Bronnen

[1]. Bergsson G, Arnfinnsson J, SteingrŪmsson ”, Halldor T (2001) In Vitro Killing of Candida albicans by Fatty Acids and Monoglycerides. Antimicrob Agents Chemother. 45(11): 3209Ė3212.
[2]. Lavermicocca P, et al., (2000) Purification and Characterization of Novel Antifungal Compounds from the Sourdough Lactobacillus plantarum Strain 21B. Appl Environ Microbiol.; 66(9): 4084Ė4090
[3]. Mensink RP, Zock PL, Kester ADM, Katan MB (2003) Effects of dietary fatty acids and carbohydrates on the ratio of serum total to HDL cholesterol and on serum lipids and apolipoproteins: a meta-analysis of 60 controlled trials. American Journal of Clinical Nutrition 77 (5): 1146Ė1155.
[4]. Nakatsuji T, Kao MC, Fang JY, Zouboulis CC, Zhang L, Gallo RL, Huang CM (2009) Antimicrobial property of lauric acid against Propionibacterium acnes: its therapeutic potential for inflammatory acne vulgaris. The Journal of investigative dermatology 129 (10): 2480Ė8.
[5]. Nestel P, Clifton P, Noakes M. (1994) Effects of increasing dietary palmitoleic acid compared with palmitic and oleic acids on plasma lipids of hypercholesterolemic men. Journal of Lipid Research 35(4): 656Ė662.
[6]. SŠnchez-Villegas A, Verberne L, De Irala J, RuŪz-Canela M, Toledo E, Serra-Majem L en MartŪnez-GonzŠlez MA (2011) Dietary Fat Intake and the Risk of Depression: The SUN Project. PLoS One. 6(1): e16268.
[7]. Vanhoutvin SA, Troost FJ, Hamer HM, Lindsey PJ, Koek GH, Jonkers DM, Kodde A, Venema K et al. (2009) Butyrate-induced transcriptional changes in human colonic mucosa. PloS one 4 (8): e6759.
[8]. Veeresh Babu, S.V.; Veeresh B, Patil, Anup A en Warke YB (2010) Lauric acid and myristic acid prevent testosterone induced prostatic hyperplasia in rats. European Journal of Pharmacology 626: 262.



Gesponsorde Links





Opmerkingen of suggesties?