Vetzuurstofwisseling
Vetten (triglyceriden) zijn energie rijke stoffen bestaande uit glycerol en drie vetzuurmoleculen. In de vetzuurstofwisseling wordt bij behoefte aan energie vetten afgebroken en bij een overmaat aan energie worden vetten opgebouwd. Deze processen vinden plaats in het vetweefsel (bestaande uit vetcellen). Bij vasten of dieten wordt eerst glycogeen aangesproken (zie glycogeen metabolisme) als energie voorraad en daarna worden vetten en eiwitten (zie aminozuurstofwisseling) aangesproken. Hieronder vindt u meer (biochemische) informatie over vetten, over de afbraak en opbouw van vetten en de regulatie van het vetzuurmetabolisme.
Functies vetzuren
Vetzuren hebben vier belangrijke functies in het lichaam:
- Als bouwstenen. Vetzuren zijn de bouwstenen van fosfolipiden en glycolipiden (bestanddelen van cel membranen).
- Als targeting (doelzoekende) moleculen. Vetzuren hechten zich aan veel eiwitten. De eiwitten worden zo naar de voor hun bestemde plaatsen in membranen gedirigeerd.
- Boodschappermoleculen (messengers). Omzettingsproducten van vetzuren fungeren als hormonen en als intracellulaire boodschappermoleculen (messengers).
- Als brandstofmoleculen. Vetzuren worden opgeslagen als triacylglycerolen (esters van glycerol en vetzuren). Triacylglycerolen worden ook triglyceriden of neutrale vetten genoemd.

Figuur: De algemene structuurformule van triglyceriden.
De opbrengst van de complete verbranding van vetzuren is ongeveer 9000 calorieën per gram. De opbrengst van de verbranding van koolhydraten en eiwitten is slechts ongeveer 4000 calorieën per gram. Dit komt omdat vetzuren sterker gereduceerd zijn.
Vetzuren worden door hun apolaire karakter (niet oplosbaar in water) in watervrije vorm opgeslagen in het vetweefsel (bestaande uit vetcellen). Koolhydraten en eiwitten binden wel water wanneer ze worden opgeslagen. Hierdoor bevat 1 gram vet zes keer meer energie dan 1 gram glycogeen waaraan water is gebonden.
Terug naar de top van dit document
Naamgeving van verschillende vetzuren
Figuur: Nummering van de koolstofatomen in een vetzuur.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| cis- 9-Hexadecenoaat
|
|
|
|
|
| cis- 9-Octadecenoaat
|
|
|
|
|
| cis,cis- 9, 12-Octadecadienoaat
| CH3(CH2)4(CH=CHCH2)2(CH2)6COO-
|
|
|
|
|
| CH3CH2(CH=CHCH2)3(CH2)6COO-
|
|
|
|
|
| CH3(CH2)4(CH=CHCH2)4(CH2)2COO-
|
Tabel: Meest voorkomende vetzuren in biologische systemen.
In de bovenstaande tabel staan enkele in de natuur voorkomende dierlijke vetzuren. Meestal bevatten vetzuren in biologische systemen een even aantal koolstofatomen (bijna altijd tussen 14 en 24). De vetzuren met 16 of 18 koolstofatomen zijn het meest voorkomend. Dierlijke vetzuren hebben bijna altijd een onvertakte koolwaterstofketen. Het vetzuur kan verzadigd zijn (geen dubbele bindingen bevatten) of één of meer dubbele bindingen bezitten. De configuratie van de dubbele bindingen in de meeste onverzadigde vetzuren is cis. De dubbele bindingen in meervoudig onverzadigde vetzuren zijn door minstens één methyleen(CH2)groep van elkaar verwijderd.
De eigenschappen van vetzuren zijn afhankelijk van hun ketenlengte en verzadigingsgraad. Vetzuren met kortere ketens hebben lagere smeltpunten dan die met langere ketens. Onverzadigde vetzuren hebben een lager smeltpunt dan verzadigde vetzuren met dezelfde ketenlengte. De smeltpunten van meervoudig onverzadigde vetzuren zijn nog lager.
Met andere woorden, een korte ketenlengte en onverzadigdheid (dubbele bindingen) bevorderen de vloeibaarheid van vetzuren.
Terug naar de top van dit document
Vet verbranding (Vet afbraak)
Omdat de vetverbranding een ingewikkeld proces is, is dit onderdeel verdeeld in een aantal verschillende onderdelen. Hieronder staan de verschillende onderdelen vermeld.
Triglyceriden worden gehydrolyseerd door cyclisch AMP-gereguleerde lipasen.
De eerste gebeurtenis in het gebruik van vet als energiebron is de hydrolyse (= afbreken m.b.v. water) van triglyceriden door de enzymen die lipasen worden genoemd. Dit proces wordt ook wel lipolyse genoemd. Lipasen zetten triglyceriden om in glycerol en vetzuren, zie hiervoor de onderstaande figuur.

Figuur: De hydrolyse door lipasen van triglycerol in glycerol en vetzuren.
De activiteit van lipase in vetcellen wordt gereguleerd door hormonen zoals adrenaline en glucagon.
Deze hormonen activeren het enzym adenylaatcyclase. Dit enzym zet ATP om in cyclisch AMP. Dit cyclisch AMP activeert op zijn beurt weer het enzym proteine kinase A (PKA). Het enzym PKA fosforileerd het lipase en wordt hierdoor geactiveerd. Net zoals bij de afbraak van glycogeen is cyclisch AMP hier "de second messenger". Het hormoon insuline remt de hydrolyse van triglyceriden.
Glycerol, dat door de afbraak van triglyceride is ontstaan, wordt gefosforileerd door glycerolkinase en vervolgens geoxideerd door glycerolfosfaatdehydrogenase tot dihydroxyacetonfosfaat. Dit is een intermediair van de glycolyse en zal hierin verder worden afgebroken.
Terug naar het begin van de vetafbraak
Vetzuren worden gebonden aan coenzym A voordat zij worden geoxideerd.
Figuur: Een vetzuur reageert met ATP en coenzym A tot acyl CoA, AMP en pyrofosfaat.
Een vetzuur reageert met ATP en coenzym A tot acyl CoA, AMP en pyrofosfaat. Deze reactie wordt gekatalyseerd door acyl CoA synthetase.
Het enzym acyl CoA synthetase is gebonden aan het buitenmembraan van het mitochondrium.
De totaalreactie ligt sterk in de richting van acyl CoA door de snelle hydrolyse van pyrofosfaat (een terugkerend patroon in de biochemie).
Terug naar het begin van de vetafbraak
Carnitine transporteert lange-keten geactiveerde vetzuren de mitochondriële matrix in.
Vetzuren worden geactiveerd aan de buitenmembraan van het mitochondrium, maar worden geoxideerd in het mitochondrium. Omdat lange-keten vetzuren niet gemakkelijk door de binnenmembraan van het mitochondrium gaan is hiervoor een speciaal transportmechanisme nodig.
Geactiveerde lange-keten vetzuren worden samengevoegd met carnitine. De acylgroep wordt van het zwavelatoom van coenzym A overgedragen op de hydroxylgroep van carnitine onder vorming van acylcarnitine. Deze reactie wordt gekatalyseerd door carnitineacyltransferase I, dat is gebonden aan de buitenmembraan van het mitochondrium.

Figuur: Geactiveerde lange-keten vetzuren worden samengevoegd met carnitine.
Acylcarnitine wordt dan door het binnenmembraan verplaatst door een translocase enzym (membraaneiwit). De acylgroep wordt terug overgedragen aan coenzym A aan de matrixkant (in het mitochondrium) van het membraan. Deze reactie die wordt gekatalyseerd door carnitine acyltransferase II. Tenslotte wordt carnitine naar de cytoplasmatische kant teruggetransporteerd door het translocase in ruil voor een binnenkomend acylcarnitine.

Figuur: De verplaatsing van acyl carnitine in de mitochdrische matrix wordt gekatalyseerd door translocase.
Vetzuren worden afgebroken door afsplitsingen van steeds twee koolstofatomen.
Vetzuren worden afgebroken door op elkaar volgende afsplitsingen van delen met twee koolstofatomen. De reacties die elkaar opvolgen zijn oxidatie, hydratatie, oxidatie (dehydrogenatie) en thiolyse. Zie de figuur hieronder.

Figuur: Reactie volgorde voor de afbraak van vetzuren: oxidatie, hydratatie, oxidatie en thiolyse.
De drie reacties vanaf acyl CoA t/m 3-ketoacyl CoA zijn vergelijkbaar met de reacties van barnsteenzuur t/m oxaalacetaat in de citroenzuurcyclus.
De afbraak van vetzuren met een keten van een oneven aantal koolstofatomen leidt tot de vorming van propionyl CoA in de laatste thiolyse reactiestap. In de laatste reactiestap van de vetzuurafbraak wordt 3-ketopentanoyl CoA (5 koolstofatomen) gesplitst in propionyl CoA (3 koolstofatomen) en acetyl CoA (2 koolstofatomen). Propionyl CoA wordt omgezet in methylmalonyl-CoA door het enzym propionyl-CoA carboxylase. Dit enzym heeft biotine als co-factor nodig (en bicarbonaat en ATP) om de reactie te kunnen katalyseren. Methylmalonyl-CoA wordt omgezet in succinyl-CoA door het enzym methylmalonyl-CoA mutase. Dit enzym heeft heeft coenzym B12 (een product van vitamne B12) nodig voor het katalyserenvan deze reactie. Succinyl CoA (barsteenzuur CoA) kan in de citroenzuurcyclus verder worden afgebroken.
Terug naar het begin van de vetafbraak
Voor de oxidatie van onverzadigde vetzuren zijn nog een isomerase en een reductase nodig.
Figuur: Twee enzymen (Acyl CoA dehydrogenase en 2,4-Dienoyl CoA reductase) maken het mogelijk dat onverzadigde vetzuren met een dubbele band op een even koolstofatoom kunnen worden afgebroken.
Oneven genummerde dubbele bindingen worden verwerkt door het isomerase en even genummerde dubbele bindingen door de combinatie van het reductase en het isomerase.
Terug naar het begin van de vetafbraak
Als de vetafbraak overheerst worden uit acetyl CoA ketonstoffen gevormd.
Alle bij de vetzuurafbraak gevormde actief azijnzuur (acetyl CoA) kan alleen voldoende snel in de citroenzuurcyclus verder worden afgebroken wanneer er voldoende oxaalacetaat (oxaalazijnzuur) aanwezig is. Bij vasten of bij diabetes (suikerziekte) wordt oxaalacetaat gebruikt voor de gluconeogenese. Er is dan onvoldoende oxaalacetaat beschikbaar om met acetyl CoA te reageren.
Onder deze omstandigheden vormen twee moleculen acetyl CoA één acetoacetyl CoA en worden daaruit de ketonstoffen gevormd: acetylacetaat (diaceet), D-3-hydroxybutyraat en aceton.

Figuur: Twee moleculen acetyl CoA vormen één acetoacetyl CoA en hieruit worden de ketonstoffen gevormd: acetylacetaat, D-3-hydroxybutyraat en aceton.
De enzymen die deze reacties in de lever versnellen zijn (1) 3-ketothiolase, (2) hydroxymethylglutaryl CoA synthetase, (3) hydroxymethylglutaryl CoA splitsingsenzym en (4) het mitochondriële enzym D-3-hydroxybutyraatdehydrogenase. Acetylacetaat decarboxyleert (=koolstofatoom er vanaf) spontaan tot van aceton. Aceton is een vluchtige stof en men ruikt de geur van aceton in de adem van mensen met diabetes of bij mensen die vasten.
Terug naar het begin van de vetafbraak
Acetylacetaat is een belangrijke brandstof in sommige weefsels.
De ketonstoffen blijken belangrijke energiebronnen te zijn, het is de primaire brandstoffen voor de hartspier en de nierschors. Bij vasten of diabetes schakelen de hersenen van glucose over op het gebruik van acetylacetaat als brandstof.
Acetylacetaat wordt geactiveerd door de overdracht van het CoA van succinyl CoA naar acetylacetaat. Acetoacetyl CoA wordt dan gethiolyseerd tot twee moleculen acetyl CoA die de citroenzuurcyclus ingaan.

Figuur: Het gebruik van acetoacetaat als brandstof. Acetoacetaat wordt omgezet in 2 moleculen acetyl CoA, wat de citroenzuurcyclus in kan.
De lever kan acetylacetaat (niet gethiolyseerd) leveren aan andere organen omdat de lever zelf het enzym CoA transferase niet heeft. Andere weefsels hebben dit enzym wel.
Acetylacetaat heeft een regulerende rol. Hoge concentraties in het bloed zijn een signaal voor een overmaat aan acetyl-eenheden en leiden tot een vertraagde lipolyse (vetafbraak) in vetweefsel (negatieve feedback).
Mens en dier kunnen vetzuren niet in glucose omzetten. Mens en dier kunnen vetzuren niet in glucose omzetten omdat zij het acetyl CoA niet kunnen gebruiken om pyruvaat of oxaalacetaat te maken. De beide koolstofatomen worden wel in de citroenzuurcyclus opgenomen, maar door twee decarboxylaties wordt per saldo geen extra oxaalacetaat (geen gluconeogenese) gevormd.
Planten kunnen dat met behulp van de glyoxylaat cyclus wel.
Terug naar de top van dit document
Vet opbouw (Vetzuur synthese)
Kenmerkende verschillen tussen de afbraak en synthese van vetzuren.
|
|
|
|
|
|
|
Binding van tussenproducten aan
|
|
|
|
|
| enzymen in één eiwitketen
|
Verandering van de ketenlengte
| afsplitsing van C2 (acetyl CoA)
| toevoeging van C2
donor: malonyl ACP
|
|
|
|
|
De ketenverlenging houdt op na de vorming van palmitaat (C16). Een verdere ketenverlenging en het invoegen van dubbele bindingen worden gekatalyseerd door andere enzymsystemen en vindt plaats in de peroxisomen.

De vorming van malonyl coenzym A is de snelheidsbepalende stap in de vetzuursynthese.

De vetzuursynthese begint met de carboxylering van acetyl Coa tot malonyl CoA door het enzym acetyl CoA carboxylase met biotine als hulp stof. De carboxylgroep van het gevormde malonyl CoA is afkomstig van een bicarbonaation. Deze irreversibele reactie bepaalt de snelheid van de vetzuursynthese. De reactie is vergelijkbaar met de carboxylering van pyruvaat (gluconeogenese).

De cyclus van de ketenverlenging in de vetzuursynthese.
Citraat transporteert acetylgroepen uit de mitochondriën naar het cytoplasma voor de vetzuursynthese.
Vetzuren worden uit acetyl CoA gesynthetiseerd in het cytoplasma terwijl acetyl CoA wordt gevormd uit pyruvaat in de mitochondriën.
Acetyl CoA wordt uit de mitochondriën naar het cytoplasma getransporteerd in de vorm van citraat (citroenzuur). Tegelijkertijd wordt NADH omgeruild voor van NADPH bij deze reeks van reacties.

Herkomst van NADPH voor de vetzuursynthese.
Voor elk acetyl CoA dat wordt verplaatst van het mitochondrium naar het cytoplasma wordt een NADPH gegenereerd.
Hieruit valt in te zien dat bij de vorming van palmitaat acht NADPH worden gevormd als gevolg van het transport van acht moleculen acetyl CoA naar het cytoplasma. De overige zes benodigde NADPH komen uit het pentose fosfaat pad.

Bij de regulering van de vetzuurstofwisseling speelt acetyl CoA een sleutelrol.
De vetzuurstofwisseling wordt zodanig gereguleerd dat de vorming en afbraak van vetzuren sterk reageren op de behoeften aan energie en andere stoffen. Zo is de vetzuursynthese maximaal als er koolhydraten en energie voldoende zijn en vetzuren schaars.
De snelheidsbepalende stap in de vetzuursynthese wordt gekatalyseerd door acetyl CoA carboxylase. Het enzym wordt gereguleerd door de hormonen adrenaline, insuline en glucagon. Deze boodschapperstoffen signaleren de totale behoeften van het organisme. Insuline activeert de vetzuursynthese. Glucagon en adrenaline hebben het tegengestelde effect.
De regulering wordt ook uitgeoefend door de concentraties in de cel van citraat, palmitoyl CoA en AMP. Het sleutelenzym reageert dus op aan het organisme betreffend regulering en aan locale regulering.
Acetyl CoA carboxylase wordt geïnactiveerd als gevolg van fosforylering door een AMP afhankelijk proteïne kinase. Het wordt geactiveerd door de binding van citraat.
[1]. Stryer, Lubert;- Biochemistry - fourth edition; New York: W.H. Freeman and Company
(1995). ISBN 0-7167-2009-4
Gesponsorde Links
Opmerkingen of suggesties?
|